NeerlandiNet - Neerlandistiek in Suid-AfrikaArgief
Tuis /
Home
Briewe /
Letters
Kennisgewings /
Notices
Skakels /
Links
Boeke /
Books
Opiniestukke /
Essays
Onderhoude /
Interviews
Rubrieke /
Columns
Fiksie /
Fiction
PoŽsie /
Poetry
Taaldebat /
Language debate
Film /
Film
Teater /
Theatre
Musiek /
Music
Resensies /
Reviews
Nuus /
News
Slypskole /
Workshops
Spesiale projekte /
Special projects
Opvoedkunde /
Education
Kos en Wyn /
Food and Wine
Artikels /
Features
Visueel /
Visual
Expatliteratuur /
Expat literature
Reis /
Travel
Geestelike literatuur /
Religious literature
IsiXhosa
IsiZulu
Nederlands /
Dutch
Gayliteratuur /
Gay literature
Hygliteratuur /
Erotic literature
Sport
In Memoriam
Wie is ons? /
More on LitNet
Adverteer op LitNet /
Advertise on LitNet
LitNet is ’n onafhanklike joernaal op die Internet, en word as gesamentlike onderneming deur Ligitprops 3042 BK en Media24 bedryf.

Die Nederlandse Taalunie

Vernie February (1938-2002): Dichter, wetenschapper, vriend

Erik van den Bergh

Zondag 24 november is Vernie February overleden in Amsterdam, de stad waar hij decennialang gewoond heeft. Hoewel zijn gezondheid al geruime tijd broos was, kwam zijn dood toch erg plotseling. Het is niet eenvoudig om in woorden recht te doen aan zijn kleurrijk leven en zijn warme persoonlijkheid.

Vernie A. February kwam in 1963 als balling naar Nederland. De overgang was niet eenvoudig. “‘n Uitgestrekte landskap, windmeule, heuvelloos en bergloos. Bedaar verlange, bedaar. Die verwydering was duidelik sigbaar, die landskap het dit alleen versterk. Om te praat uit wanhopigheid of te swyg uit weemoed. Ek had geen keuse nie”, zo beschreef hij zijn eerste periode in Nederland. Hoeveel Zuid-Afrikanen hebben zich de pijn gerealiseerd van het als balling afgesneden zijn van geboortegrond en eigen cultuur?

Het verlangen naar de Kaap zou ongeneeslijk blijken. De herinneringen aan medestudenten zoals Neville Alexander, Dullah Omar, George Peake en vele anderen zouden hem intens bijblijven, zoals ook zijn band met het land hem niet los zou laten.

Een uitspraak van zijn neef Basil February bood steun: “Velen van ons hadden graag iets anders gedaan. Hadden in een fabriek willen werken. Hadden misschien willen studeren, het verlangen gehad om arts te worden. Al die mogelijkheden hadden wij niet. Maar, met alles wat er met ons in dit land gebeurd is: laat niemand ooit van ons zeggen dat wij niet gedaan hebben wat wij moesten doen.”

Gelukkig kwamen er ook vele nieuwe ervaringen en indrukken. In Leiden, waar February in 1968 afstudeerde en kort daarna wetenschappelijk medewerker werd, maar ook in Sierra Leone, waar hij in 1971/72 doceerde aan de Fourahbay universiteit en intensief kennis maakte met de West-Afrikaanse cultuur. Ook met Suriname en de Antillen, andere delen van de Nederlandse diaspora, ontstond een wisselwerking waarbij February zich ontwikkelde tot kenner van de Caribische cultuur en met veel schrijvers en dichters bevriend raakte. Vooral via zijn echtgenote Esther February-Roos kreeg hij daarnaast een intensieve introductie in het Joodse denken.

Wie probeert om een voorlopige balans op te maken van het rijke en veelkleurige leven van Vernie February stuit op veel materiaal. Er zijn talrijke interviews, toespraken,college-teksten, foto’s, bundels, brochures, boeken, besprekingen. Veel herinneringen staan opgetekend in het helaas opgeheven opinieblad Die Suid-Afrikaan. In zijn rubriek “Hulle Pad Het Myne Gekruis” wordt een levendig beeld geschetst van Basil February, A.C.Jordan, Alex la Guma en vele anderen.

In de rijkdom van het onvoltooide zijn evenwel drie hoofdlijnen te onderscheiden: de wetenschapper, de dichter en de stimulator.

De wetenschapper

Hoewel de betrokkenheid in Nederland bij Zuid-Afrika groot (geweest) is kan moeilijk worden volgehouden dat er veel kennis en informatie op academisch niveau beschikbaar is. Voor Nederlandse universiteiten was Zuid-Afrika zelden een onderzoeksprioriteit. Voor het Afrika Studiecentrum in Leiden waren de promotie en de aanstelling van February als wetenschappelijk medewerker dan ook belangrijke mijlpalen.

De publicatie van Mind Your Colour: The “Coloured” stereotype in South African literature (1981) kreeg veel aandacht en waarderende recensies. De studie werd door sommige recensenten aangeduid als baanbrekend. Deze uitgave was de eerste omvangrijke publicatie na zijn promotie in 1977.

De bundel And Bid Him Sing, Essays in literature and cultural domination verscheen in 1988.

In Race & Class werd dit boek als volgt getypeerd:

“What February attempts here is to unwind the complex relationship of language creation and literary expression as this developed during periods of oppression and analyse it. This is more than a mere academic exercise, for he is interchangeably a partial participant or a critic on the side of the oppressed.”

The Afrikaners of South Africa (1991) is de derde studie die vermelding verdient.

Naast talrijke essays in de meest uiteenlopende bladen heeft Vernie February echter ook velen aan zich verplicht door te verzamelen, te ordenen en waar nodig te vertalen wat anderen schreven.

Van blijvende waarde is de door Prof. Jan Voorhoeve en Ursy M. Lichtveld samengestelde bundel Creole Drum, An Anthology of Creole literature in Surinam (1975), waaraan February als vertaler een belangrijke bijdrage leverde.

Later volgde o.m. de samen met Robert Dorsman samengestelde bundel verhalen van zwarte Zuid-Afrikaanse schrijvers Een kwestie van identiteit (1986).

In 1994 verscheen in Zuid-Afrika de bundel Taal en identiteit: Afrikaans & Nederlands, waarin de voordrachten van het door February onder dezelfde titel georganiseerde congres in Leiden werden gepubliceerd.

Taal en identiteit zijn sleutelbegrippen in February’s werk; wellicht zou het begrip macht daar nog aan toegevoegd moeten worden.

Zijn grote belangstelling voor Creoolse talen hangt nauw samen met zijn betrokkenheid bij mensen zonder macht die nieuwe wegen zoeken om met elkaar te communiceren.

De dichter

Als dichter maakte Vernie February zijn debuut met O snotverdriet, Afrikaanse gedigte (1979). Evenals dat het geval is bij de poŽzie van Elisabeth Eybers oordeelde de (Nederlandse) uitgever het niet nodig om de poŽzie te laten vertalen. Enkele jaren later volgde een tweede bundel Spectre de la Rose. In 1986 schreef February zijn wellicht meest bekend geworden gedicht: “Ik ben het gezicht”. In dit aangrijpende gedicht laat hij Nederlandse toeristen die in de apartheidsjaren Zuid-Afrika bezoeken zien wat zij niet willen zien of niet kunnen zien. Dit gedicht — geschreven voor de campagne “Steunt uw geld apartheid?” — werd in acht talen vertaald.

De dichter February is vaker aan het woord dan alleen in zijn gedichten. Zijn stijl van denken en doen, van zien en spreken zijn soms onmiskenbaar dichterlijk.

De stimulator

Naast de wetenschapper en de dichter is er nog een derde February: de stimulator, de activist, de mentor en vriend.

En wellicht is juist deze rol nog belangrijker dan de eerder genoemden. Voor hoeveel mensen zou Vernie February de afgelopen decennia als vraagbaak gediend hebben? Talrijke gesprekken, soms in het licht van de camera’s, maar veel vaker in de beslotenheid van de studeerkamer zijn voor talloze studenten en onderzoekers, voor ballingen en bezoekers van grote betekenis geweest. Niet alleen het Afrika Studiecentrum heeft geprofiteerd van February’s kennis en contacten; maar ook een grote verscheidenheid aan anti-apartheidsorganisaties, ministeries, media en wie eigenlijk niet.

Hoewel zijn gezondheid hem de laatste jaren stevige beperkingen heeft opgelegd bleef February actief o.a. als adviseur van de Nederlandse minister van onderwijs en als redacteur van Zuid-Afrikaanse Bibliotheek, een initiatief om modern-klassieke boeken uit de veelkleurige Zuid-Afrikaanse literatuur in Nederlandse vertaling uit te brengen. In deze reeks verschenen o.a. The Story of an African Farm van Olive Schreiner en de vertaling van het belangrijkste boek van February’s leermeester A.C.Jordan Ingqumbo Yeminyanya, (Die toorn van die voorvaders).

Nog in de week voor zijn dood was hij druk bezig lezingen voor te bereiden voor de Afrikaanse Skrywers Vereniging.

Vernie February’s belangrijkste verdienste is wellicht dat hij voortdurend dwarsverbanden heeft gelegd tussen vele verschillende werelden. Een goed voorbeeld van een tekst waarin vele lijnen en talen bijeen gebracht zijn is Laat het ons ernst wezen, de in 1991 uitgesproken inaugurale rede op de universiteit van Wes-Kaapland.

Wie het geheel probeert te overzien stuit op vele Nederlandse invloeden, maar dan in ruime zin: de stem van etnische minderheden weerklinkt veelvuldig. Ook de banden met Suriname en de Antillen zijn intensief gebleven, zoals zijn banden met Vlaanderen niet onvermeld dienen te blijven.

Hoeveel collega’s zouden op vergelijkbare wijze kunnen putten uit het joodse denken, publiceren over christelijke invloeden en doceren over de islam? Wie zou even makkelijk poezie citeren in het Afrikaans, Xhosa, Engels of Nederlands?

Maar wie Vernie February van nabij meegemaakt heeft weet dat hij — hoewel hij formeel ook Nederlander is geworden — altijd Zuid-Afrikaan gebleven is. Of nauwkeuriger nog: zoals Etienne van Heerden hem ooit omschreef in Die Burger: “Bolandse adel”

Zijn loyaliteit en integriteit hebben op veel mensen indruk gemaakt en vooral door zijn warme persoonlijkheid wist hij velen te inspireren.

terug    /     boontoe


© Kopiereg in die ontwerp en inhoud van hierdie webruimte behoort aan LitNet, uitgesluit die kopiereg in bydraes wat berus by die outeurs wat sodanige bydraes verskaf. LitNet streef na die plasing van oorspronklike materiaal en na die oop en onbeperkte uitruil van idees en menings. Die menings van bydraers tot hierdie werftuiste is dus hul eie en weerspieŽl nie noodwendig die mening van die redaksie en bestuur van LitNet nie. LitNet kan ongelukkig ook nie waarborg dat hierdie diens ononderbroke of foutloos sal wees nie en gebruikers wat steun op inligting wat hier verskaf word, doen dit op hul eie risiko. Media24, M-Web, Ligitprops 3042 BK en die bestuur en redaksie van LitNet aanvaar derhalwe geen aanspreeklikheid vir enige regstreekse of onregstreekse verlies of skade wat uit sodanige bydraes of die verskaffing van hierdie diens spruit nie. LitNet is ín onafhanklike joernaal op die Internet, en word as gesamentlike onderneming deur Ligitprops 3042 BK en Media24 bedryf.