NeerlandiNet - Neerlandistiek in Suid-AfrikaArgief
Tuis /
Home
Briewe /
Letters
Kennisgewings /
Notices
Skakels /
Links
Boeke /
Books
Opiniestukke /
Essays
Onderhoude /
Interviews
Rubrieke /
Columns
Fiksie /
Fiction
PoŽsie /
Poetry
Taaldebat /
Language debate
Film /
Film
Teater /
Theatre
Musiek /
Music
Resensies /
Reviews
Nuus /
News
Slypskole /
Workshops
Spesiale projekte /
Special projects
Opvoedkunde /
Education
Kos en Wyn /
Food and Wine
Artikels /
Features
Visueel /
Visual
Expatliteratuur /
Expat literature
Reis /
Travel
Geestelike literatuur /
Religious literature
IsiXhosa
IsiZulu
Nederlands /
Dutch
Gayliteratuur /
Gay literature
Hygliteratuur /
Erotic literature
Sport
In Memoriam
Wie is ons? /
More on LitNet
Adverteer op LitNet /
Advertise on LitNet
LitNet is ’n onafhanklike joernaal op die Internet, en word as gesamentlike onderneming deur Ligitprops 3042 BK en Media24 bedryf.

Die Nederlandse Taalunie

Huidskleur als identiteit

Eric Rinckhout

Afdraai
AHM Scholtz

Uit het Afrikaans vertaald door Riet de Jong-Goossens
Meulenhoff
Amsterdam
254 p.
730 frank.

De Zuid-Afrikaanse schrijver AHM Scholtz is een gedreven verteller. Hij is ook een laatbloeier: pas op z’n 72ste debuteerde hij met de omvangrijke roman Vatmaar (1995). Hij oogstte er succes mee en zorgde ook voor sensatie: voor het eerst had een niet-blanke een belangwekkende literaire roman in het Afrikaans geschreven. Het blijkt geen toevalstreffer te zijn geweest.

Afdraai (1998), zijn tweede roman, is de meeslepende geschiedenis van een gelijknamig dorpje in de Vrystaat, Zuid-Afrika. Het verhaal, of beter de kluwen van verhalen, begint met de tweede Anglo-Boerenoorlog (1899-1902) en eindigt een tachtigtal jaar later. Maar het gaat niet om officiŽle geschiedschrijving. Scholtz voert een veelheid van personages ten tonele — vooral ‘bruinmensen’, mensen van gemengde afkomst — en geeft ze een stem: het gaat om hun verhalen, hun bestaan en hoe de Grote Geschiedenis op hun levens inwerkt. Scholtz is goedgeplaatst om die stemmen te laten opklinken aangezien hijzelf een kleurling van gemengde komaf is: Duits, Afrikaans en Griekwa (gemengde afstammelingen van de Khoi, de oorspronkelijke bewoners van de Kaap).

Er gebeurt veel in Afdraai: bijna een eeuw trekt aan het dorp en zijn inwoners voorbij, en in die tijdspanne doen zich schokkende gebeurtenissen voor. Zo breekt de Anglo-Boerenoorlog uit, waarbij blank en bruin, vrouwen en kinderen, worden samengedreven in de beruchte Engelse concentratiekampen, nadat de Kakies (de Britse soldaten) de boerderijen in brand hebben gestoken en het vee wordt omgebracht. Het transport in open goederenwagons en de barre levensomstandigheden zorgen voor hoge sterfte. Maar er is solidariteit onder de slachtoffers — blank en bruin. En er heerst ook ongeloof: dat de ene blanke (de Brit) de andere blanke (de Boer) zoiets kan aandoen.

In de Eerste en de Tweede Wereldoorlog trekken mannen naar het front in Europa of Noord-Afrika. Ze sneuvelen of komen verminkt terug. En dan is er nog de apartheid, die in 1948 geÔnstitutionaliseerd wordt: gezinnen worden tegen elkaar opgezet, families uit elkaar gerukt.

Terzelfdertijd gaat het leven in Afdraai toch zijn gang: er wordt geboren, getrouwd en gestorven. Er is liefde en lust, bedrog en overspel, verdriet en verlangen. Er is samenwerking en solidariteit — tussen blank en bruin en zwart.

Maar er is ook laster en wraak: de apartheid was al aan het kiemen in het begin van de eeuw.

Scholtz laat zijn ‘gekleurde’ personages hun leven leiden, volgens hun eigen opvattingen en waarden, samen met de blanken. De crisis ontstaat pas als het raciale discours zijn kop opsteekt, met andere woorden als de identiteit van de niet-blanken herleid wordt tot louter huidskleur en ze als een aparte groep beschouwd worden. Plotseling slaat solidariteit dan om in blinde haat.

Hester, een van de sterke personages in het boek, heeft een bruine huid. Haar vader was een IndiŽr, een ‘koelie’. Maar zijzelf vindt “haar huid niet belangrijker dan de andere delen van haar lichaam”. Ook de blanken tussen wie ze woont, beschouwen haar als “een normale Boerenvrouw uit de Vrystaat”. Als haar (blanke) man na de Anglo-Boerenoorlog terugkomt uit Ceylon, verwerpt hij haar en hun kind als “kerriesmoelen”. Zij zal later trouwen met Joshua Smith, een Nieuw-Zeelandse officier uit het Britse leger (de eertijdse vijand!), die zelf evenwel van Maori-voorouders afstamt.

In 1910 loopt een liefdesaffaire tussen een gekleurde man (Manie, de zoon van Hester) en een blanke vrouw gruwelijk af: zij hangt zich op na lasterpraat dat zij zwanger is van “een bastaard”, “een blauw kind” en dat terwijl — aldus de wrokkige blanke stationschef, van wie Frieda wegliep — “we” een “zuivere natie” zijn.

Het schrijnendste verhaal is dat van Marius Smith — de adoptiefzoon van Manie en de rijke eigenaar van de boerderij Brinks Pos. Hij gaat in de Tweede Wereldoorlog vechten voor zijn vaderland. Dat had voordien al tot een onoplosbaar conflict met zijn (blanke) schoonvader geleid: Marius ging immers strijden aan de zijde van de Engelsen. Ja, de haat jegens de Britten zit vaak zeer diep. Marius komt verminkt terug. Maar inmiddels is het tijdperk van de apartheid aangebroken — ook Marius heeft weinigvermoedend voor de Nasionale Party gestemd ... Plots is hij een ‘kleurling’, een verschoppeling in het land waarvoor hij bijna zijn leven had gegeven. Hij wordt het slachtoffer van laster en komt in de gevangenis terecht. Als zoon van een Kaaps-Afrikaanse moeder — en dus (licht) gekleurd — wordt hij door iedereen uitgespuwd: voor de blanken is hij een hotnot, voor de zwarten is hij een witmens. ‘Officieel’ bestaat hij nog nauwelijks. Hij raakt aan lager wal en vindt ten slotte alleen nog vriendschap bij bedelaars in Durban.

Wie is de vriend, wie is de vijand? Afdraai is een onthutsend en aangrijpend boek over een verscheurd land. Niettemin legt Scholtz het er nooit dik boven op, integendeel. Zijn stijl is sober en afstandelijk. De gebeurtenissen moeten voor zich spreken. Een plotselinge geboorte, de dood van een moeder, een vrouw die de ogen neerslaat, een steelse kus, een man wiens arm wordt afgerukt — het zijn voor Scholtz gebeurtenissen van dezelfde orde. Het tempo ligt hoog, de vaart van het boek is soms adembenemend en zuigt de lezer mee in een maalstroom van verhalen. De auteur is niet zozeer begaan met de psychologie van zijn personages als met hun onderlinge relaties en de vele gebeurtenissen die zich aan hen voltrekken. Het ene verhaal vloeit voort uit het andere — een lange rij omvallende dominosteentjes.

De snelheid en de afstandelijkheid van vertellen, de gedreven, ja bijna filmische aanpak, doen vaak aan Gerard Walschap denken: je knippert als het ware even met je ogen en er is tien jaar voorbij.

Scholtz is niet zomaar een verteller, de eenvoud van zijn boeken is bedrieglijk. Hij wisselt vaak van vertelperspectief en laat zo op onnadrukkelijke wijze verschillende personages aan het woord. Afdraai is bovendien een soort raamvertelling. De roman begint, ergens in de jaren 1970 of 1980, als twee verre afstammelingen van Hester in een oude gele boerderijkast brieven van Anna Brink uit de Anglo-Boerenoorlog vinden. Maar Scholtz verzuimt het om het raamverhaal echt af te maken. Hij wil de roman liever open laten eindigen met het teruggevonden, ooit door Hester genaaide Voortrekkerskapje — ook voorwerpen dragen een verhaal in zich.

Afdraai is een ongepolijste diamant. Sommige elementen hadden misschien fijner uitgewerkt kunnen worden — zo zijn enkele centrale personages nogal eendimensionaal, ze zijn door en door goed of de incarnatie van het kwaad. Maar zou dat anderzijds geen afbreuk hebben gedaan aan de directheid, de eerlijkheid en de overtuigingskracht van het boek? Nu spreekt het meteen tot het hart.

Afdraai is een boeiende, ontroerende, soms hartverscheurende roman over racisme en onrecht aangedaan in naam van een huidkleur. Het is een eeuw geschiedenis van en volgens de ‘bruinmensen’, een roman over de kiemen van de apartheid en bijgevolg een noodzakelijk boek.

Maar Scholtz heeft ook een hoopvol en verzoenend boek willen schrijven. In de — vreemd genoeg — niet vertaalde ‘boodschap aan zijn medeburgers’ moedigt hij de lezer aan om “de open deur naar het verleden” toe te slaan en af te rekenen met de pijn van de geschiedenis.

Vatmaar werd in het Nederlands uitgegeven in 1997, bij Meulenhoff. Het werd in het Duits vertaald, en dit voorjaar verscheen de Engelse vertaling A Place Called Vatmaar. In 1997 publiceerde Scholtz de verhalenbundel Langsaan die vuur, maar die werd tot nu toe niet in het Nederlands vertaald.

Een boeiende, soms hartverscheurende roman over racisme en onrecht aangedaan in naam van een huidskleur.

terug    /     boontoe


© Kopiereg in die ontwerp en inhoud van hierdie webruimte behoort aan LitNet, uitgesluit die kopiereg in bydraes wat berus by die outeurs wat sodanige bydraes verskaf. LitNet streef na die plasing van oorspronklike materiaal en na die oop en onbeperkte uitruil van idees en menings. Die menings van bydraers tot hierdie werftuiste is dus hul eie en weerspieŽl nie noodwendig die mening van die redaksie en bestuur van LitNet nie. LitNet kan ongelukkig ook nie waarborg dat hierdie diens ononderbroke of foutloos sal wees nie en gebruikers wat steun op inligting wat hier verskaf word, doen dit op hul eie risiko. Media24, M-Web, Ligitprops 3042 BK en die bestuur en redaksie van LitNet aanvaar derhalwe geen aanspreeklikheid vir enige regstreekse of onregstreekse verlies of skade wat uit sodanige bydraes of die verskaffing van hierdie diens spruit nie. LitNet is ín onafhanklike joernaal op die Internet, en word as gesamentlike onderneming deur Ligitprops 3042 BK en Media24 bedryf.