NeerlandiNet - Neerlandistiek in Suid-AfrikaArgief
Tuis /
Home
Briewe /
Letters
Kennisgewings /
Notices
Skakels /
Links
Boeke /
Books
Opiniestukke /
Essays
Onderhoude /
Interviews
Rubrieke /
Columns
Fiksie /
Fiction
Poësie /
Poetry
Taaldebat /
Language debate
Film /
Film
Teater /
Theatre
Musiek /
Music
Resensies /
Reviews
Nuus /
News
Slypskole /
Workshops
Spesiale projekte /
Special projects
Opvoedkunde /
Education
Kos en Wyn /
Food and Wine
Artikels /
Features
Visueel /
Visual
Expatliteratuur /
Expat literature
Reis /
Travel
Geestelike literatuur /
Religious literature
IsiXhosa
IsiZulu
Nederlands /
Dutch
Gayliteratuur /
Gay literature
Hygliteratuur /
Erotic literature
Sport
In Memoriam
Wie is ons? /
More on LitNet
Adverteer op LitNet /
Advertise on LitNet
LitNet is ’n onafhanklike joernaal op die Internet, en word as gesamentlike onderneming deur Ligitprops 3042 BK en Media24 bedryf.

Die Nederlandse Taalunie

Franke schrijft opnieuw een meesterwerk

Hendrik-Jan de Wit


Herman Franke: Wolfstonen, Roman. Amsterdam: Uitgeverij Podium, 2003. ISBN 90 5759 155 3. Prijs: € 25,00. 524 pagina’s.


Kort voor het einde van Franke’s nieuwste roman Wolfstonen zit het personage Ista met een roman van Dee Crimson op schoot in de metro. De verteller zegt hierover het volgende: ‘Er zat te weinig angst en dreiging in de romans van tegenwoordig, vond hij, terwijl het leven er grotendeels uit bestond.’ (503) Deze gedachten van het personage typeert in grote lijnen de roman, Wolfstonen bezit van begin tot eind angst en dreiging. De dreiging is zo beklemmend het noodlottig einde van de roman als een verlossing komt; tegelijk laat het je ontsteld achter.

Wolfstonen is het verhaal van een huis dat midden in een volksbuurt in een stad staat. Het gebouw van aluminium, staal en glas is aan het begin van de roman zojuist opgeleverd. Over de plek waar het huis staat, gaan wilde verhalen. Er zou een huis hebben gestaan waarbij een overwoekerende plant, een ranonkel, geleidelijk aan bezit heeft genomen van het huis. Jarenlang is het een lege, onbebouwde plek totdat het gemeentebestuur besluit er appartementen te plaatsen voor mensen met een bovenmodaal inkomen. De ‘sociale injectie’ is nodig om te voorkomen dat de buurt verloedert. Ondanks een negatief advies van een commissie deskundigen, drijft het gemeentebestuur haar zin door. Er heerst in de buurt al jaren sociale en raciale onrust, die als een bom ieder moment kan losbarsten. De komst van het appartementencomplex zou hier een eind aan moeten maken. Er barst een discussie los over bijen (de bewoners van de appartementen) en strontvliegen (de bewoners in de volksbuurt), sindsdien heet het gebouw ‘de bijenkorf’:

Naar de bijen werd nieuwsgierig en argwanend uitgekeken. Onbevangen was niemand meer, afgezien van de acht bewoners die een halfjaar later hun appartement betrokken: twee echtparen - Ista en Angolie en de heer en mevrouw Forstenalt - in de grote appartementen op de begane grond, twee mannen - Vartor en Elto - en twee vrouwen - Paulice en Mermin - in de kleinere appartementen op de twee bovenverdiepingen. (13)

Vervolgens wordt het verhaal van de acht nieuwe bewoners verteld waarbij het perspectief voortdurend verschuift tussen de bewoners. Zo komt hetzelfde verhaal aan de orde vanuit de verschillende personages gezien. Bij dit alles is de verteller het ordenende element; hij verbindt de verhalen van de bewoners van het huis met elkaar, zonder de greep op het basisverhaal te verliezen. Het verhaal van de buurt wordt verteld vanuit het perspectief van twee buurtkinderen, Milla en Jacho. Zij zijn de enige buitenstaanders die als focalisator optreden van de buurt waarin de bewoners van ‘de bijenkorf’ wonen. De lezer ziet vanuit kinderogen de andere kant van het verhaal. Dit heeft een bedrieglijk effect, want kinderen ondergaan en bezien de gebeurtenissen op een hele andere manier.

De voortdurende en zeer consequente perspectiefwisselingen maken Wolfstonen tot een werk waarin hetzelfde verhaal voortdurend opnieuw verteld wordt. Dit zet de lezer stil bij een zeer kort tijdsmoment en het biedt de verteller mogelijkheid om de achterliggende geschiedenissen van de verschillende personages te vertellen. De individuele verhalen van de personages zijn prachtig ingebed en de lezer ontdekt dat iedere persoon sympathieke kanten heeft. De kinderen leveren het commentaar van buiten en zorgen voor een prachtige spanning die in het hele boek geweven is. De spanningsmomenten worden nog eens versterkt doordat de verteller gebruik maakt van cliffhangers voordat hij van focalisator wisselt. Als lezer wil je weten hoe het verder loopt met het desbetreffende personage, maar je krijgt een ander verhaal opgedrongen. Hierdoor ontstaat een buitengewoon spannend boek. De kunst van Franke is dat hij zonder zichtbare moeite alle brokjes aanéén weet te rijgen tot een buitengewoon krachtige eenheid.

De specifieke kenmerken van ieder personage weet Franke formidabel te verwerken in zijn grootse roman. Ieder personage spreekt zijn eigen taal en de verteller vervlecht dit zeer passend in zijn eigen taal. Het duidelijkst herkenbaar is dit te zien bij de excentrieke violist Elto Holdin. Zijn taal die oubollig en tegelijk modern is, komt in iedere zin van de verteller voor als hij over Holdin vertelt. Bijvoorbeeld op het moment dat Holdin verhaalt over het eerste bezoek van zijn buurvrouw Mernin:

Elto keek zijn buurvrouw na en dacht: haar billen zouden hoegenaamd die van een jongen kunnen zijn en ze verstaat haar vak, zo al niet meer dan dat.
    Ze had hem veel meer laten praten dan hem lief was. […]. De woorden vlogen hem ongehoorzaam uit de mond. Hij kreeg niet eens de kans ze te wikken en te wegen. Maar toen ze het fijne wilde weten van zijn kwetsbare viooltaal, had hij de regie overgenomen en haar lang doorgevraagd over haar opvatting dat de vrouwenzaak ook een mannenzaak was. (77)

Hetzelfde verhaal wordt een paar pagina’s eerder verteld met Mernin als focalisator:

    Hij zei het langzaam en omfloerst. Tussen elk woord hing de zware stilte van onuitgesproken verdriet. Als een eeuwenoude eik eindelijk mocht over wat hij gezien en gehoord had op zijn standplaats in het centrum van een stad, zou hij zo klinken. Mernin durfde nauwelijks adem te halen toen hij was uitgesproken en zwijgend naar zijn wijnglas staarde dat hij langzaam heen en weer schoof. Ze begreep niet wat hij had willen zeggen, maar ze voelde dat hij het als een duidelijk antwoord op haar vraag beschouwde en dat het grote betekenis voor hem had. Haar nieuwsgierigheid groeide met elke seconde die hij bleef zwijgen. (65)
     Toen ze zich omdraaide en wegliep, voelde ze dat hij haar nakeek, maar ze gaf niet toe aan haar neiging dat te controleren. (66)

Het is de kracht van Wolfstonen om door middel van wisselingen van perspectief hetzelfde verhaal te vertellen. Franke weet geleidelijk aan een spanning op te bouwen die uitermate benauwend en beklemmend wordt. Hiermee maakt hij een roman die dezelfde spanning weet te creëren als een detective maar waarbij de literaire taal het bindende en overheersende element is. Ieder personage in de bijenkorf is eenzaam en hunkert naar een onvervulde liefde; dit alles in de dreiging van een volksbuurt waarbij de bijenkorf verandert in een bom. Wolfstonen is veelomvattend, waarbij naar mijn mening juist de opvatting van het personage Ista het vernieuwende element is: de overdadige angst en dreiging maken Wolfstonen tot een meesterwerk.

Almelo, 5 mei 2003

boontoe / to the top

NeerlandiNet: voorblad / front page


NOT FOUND