Archive
Tuis /
Home
Briewe /
Letters
Kennisgewings /
Notices
Skakels /
Links
Boeke /
Books
Opiniestukke /
Essays
Onderhoude /
Interviews
Rubrieke /
Columns
Fiksie /
Fiction
Poësie /
Poetry
Taaldebat /
Language debate
Film /
Film
Teater /
Theatre
Musiek /
Music
Resensies /
Reviews
Nuus /
News
Slypskole /
Workshops
Spesiale projekte /
Special projects
Opvoedkunde /
Education
Kos en Wyn /
Food and Wine
Artikels /
Features
Visueel /
Visual
Expatliteratuur /
Expat literature
Reis /
Travel
Geestelike literatuur /
Religious literature
IsiXhosa
IsiZulu
Nederlands /
Dutch
Gayliteratuur /
Gay literature
Hygliteratuur /
Erotic literature
Bieg /
Confess
Sport
In Memoriam
Wie is ons? /
More on LitNet
LitNet is ’n onafhanklike joernaal op die Internet, en word as gesamentlike onderneming deur Ligitprops 3042 BK en Media24 bedryf.

Van slagerszoon tot hofnar

De kleine oorlog van Tom Lanoye

Kaat De Loof

De Vlaamse kunstenaar Tom Lanoye woont verschillende maanden van het jaar in Kaapstad. Voor het ogenblik verblijft hij echter in eigen land, waar hij op toernee is met zijn one man-show Veldslag voor een man alleen. Vorige vrijdag was hij te gast in Kortrijk. Hier volgt een verslag van op de eerste rij.

Kortrijk is een provinciestad tegen de Franse grens waar tapijtenboeren en — baronnen zich thuis voelen. Dat betekent geenszins dat de stad van cultuur zou gespeend zijn, integendeel. Vorig jaar nog lanceerde de schepen van cultuur een schitterend voorstel dat poëzie “dichter” bij de bevolking moest brengen. Men zou namelijk gedichten drukken op de verplichte, duurbetaalde vuilniszakken die wekelijks worden opgehaald. Zo geschiedde. Maagdelijk witte zakken bedrukt met sierlijke zwarte letters vervangen momenteel de saaie, zwarte zakken van weleer. Een van de meest voorkomende gedichten op die zakken is van de hand van Tom Lanoye:

VUILNISPRAAT

Kom, steek mij vol. Het kan, het mag,
het is zelfs obligaat. Kieskeurig ben ik
niet: ik kan tegen een geurtje en zelfs
tegen de kleur van alles wat vergaat.

Laat mij met zorg uw vuiligheid verhullen.
Het is mijn zelfgekozen taak. Benut me dus
en wees, voor ééns — gesteund door zelfs
de Staat — een zakkenvuller van formaat.

In dit gedicht, nota bene één van de favoriete verzen van premier Verhofstadt, verplaatst de dichter Lanoye zich in de geest van de vuilniszak, méér nog, hij identificeert zich ermee. De kunstenaar Lanoye trekt zich niet terug in zijn ivoren toren, maar mengt zich onder het volk en is ook niet vies van politiek. Hij verzamelt alle vuilnis van dit landje en van de wereld en geeft ze ons in een gerecycleerde vorm terug.

Tom Lanoye, die vorig jaar werd aangesteld als “stadsdichter van Antwerpen” (vroeger zou men zoiets “hofnar” genoemd hebben), is bijgevolg ook in Kortrijk geen onbekende. Toch zat de schouwburg vrijdagavond niet vol en dat is echt zonde, want met Veldslag voor een man alleen bewijst Lanoye dat hij na twee decennia nog steeds het publiek weet te boeien.

Tom Lanoye werd in 1958 te Sint-Niklaas geboren. Hij studeerde Germaanse filologie aan de Gentse universiteit. Bijna twintig jaar geleden brak hij door bij het grote publiek toen hij de Vlaamse zalen opzocht als “een slagerszoon met een brilletje”. Hij zag er toen nog erg studentikoos uit en werd meteen de spreekbuis van een hele generatie. Sindsdien is hij niet meer uit de actualiteit weggeweest. Net als Hugo Claus, boegbeeld en spreekbuis van een oudere generatie auteurs, beheerst hij verschillende literaire genres en profileert hij zich als dichter, essayist, columnist, toneelschrijver en performer, schrijver van romans en kortverhalen, vertaler en bewerker van toneel en poëzie.

Lanoye debuteert in 1985 met een bundel vertellingen (lange kortverhalen?) met als titel Een slagerszoon met een brilletje. In 1988 volgt een picareske roman, Alles moet weg. In deze (ook verfilmde) roman trekt een mislukt student tijdens de zomervakantie met zijn tweedehandse bestelwagen door verkaveld Vlaanderen en beleeft het ene gekke avontuur na het andere. Hier is al duidelijk dat Lanoye een vlotte stijl en een scherpe pen hanteert waarmee hij zijn eigen land op de korrel neemt. In 1991 verschijnt Kartonnen dozen, een persoonlijk geïnspireerde roman over zijn jeugd en ontwakende homoseksualiteit. Spek en bonen is een verhalenbundel uit 1994 die uit twee delen bestaat: “Spek” (van bij ons) en “Bonen” (extra muros).

Het bekendste proza van Lanoye is echter de zogenaamde Monstertrilogie. Het eerste deel, Het goddelijke monster, verschijnt in 1997. Deze roman vertelt het verhaal van de familie Deschryver, een invloedrijke clan uit Zuid-West-Vlaanderen (niet zo ver van Kortrijk dus) waarvan één broer het van boer tot tapijtenfabrikant geschopt heeft, een andere tot minister. In zekere zin kun je van een sleutelroman spreken, want het boek bulkt uit van de verwijzingen naar Belgische toestanden. Wanneer Katrien Deschryver tijdens een jachtpartij in Zuid-Frankrijk per ongeluk haar man neerschiet omdat ze hem voor een everzwijn houdt, gaan de poppen aan het dansen. Heel wat onfrisse praktijken van de familie Deschryver komen opeens aan het licht. Het is zelfs voor ongeoefende lezers niet moeilijk om de corruptie in de familie te lezen als een metafoor voor de politieke corruptie in dit land. En wie het dan nog niet door heeft, moet maar eens de flaptekst lezen:

(…) De ongewilde, zelfs potsierlijke moord op haar man zal haar echter een andere werkelijkheid laten zien. Vanuit de plaats van het ongeval, Zuid-Frankrijk, trekt ze samen met de lezer terug naar haar geboortegrond en ontdekt wat ze voorheen nooit zag: een uiteenvallende familie in een uiteenvallend land in het hart van Europa. Verziekt door zwijgzaamheid, verrot door gesjoemel, bedorven door hypocrisie. Maar ook gedrenkt in eindeloze treurigheid en bevolkt met menig mens van goede wil … Wie is uiteindelijk het goddelijke monster? Katrien, of de invloedrijke familie die haar heeft opgevoed? Katrien, of het land dat haar heeft voortgebracht?

Geheel in de traditie van Multatuli, die aan het eind van zijn Max Havelaar schrijft: “ik wil gelezen worden”, wil ook Lanoye absoluut gelezen en begrepen worden. Je kunt er hem niet van verdenken cryptische teksten te schrijven.

In 1999 verschijnt Zwarte tranen, een vervolg op Het goddelijke monster. In 2002 wordt de trilogie besloten met Boze tongen. De Monstertrilogie over de familie Deschrijver en hun zo herkenbare apenland leest als een soap met epische allures. Het is alleen nog wachten op een verfilming voor de televisie.

In 2002 verschijnt onder grote belangstelling van de pers Niemands Land, een verzameling gedichten over de “Groote Oorlog”, bewerkingen van de zogenaamde War Poets (John McCrae, Siegfried Sassoon, Wilfred Owen, Isaac Rosenberg, Edmund Blunden, enz.) In de periode die aan de verschijning voorafgaat, publiceert De Standaard al verschillende gedichten door Tom Lanoye vertaald en bewerkt. Voor de voorstelling Veldslag voor een man alleen, waarin het thema oorlog prominent aanwezig is, selecteerde Lanoye enkele bewerkingen van deze gedichten, waaronder het zeer aangrijpende “Dulce Et Decorum Est” van Wilfred Owen.

Lanoye is niet enkel vertaler en bewerker van poëzie. Ook het vertalen en bewerken van klassieke drama’s lijken hem op het lijf geschreven. In 1997 wordt de Vlaamse toneelwereld opgeschrikt door Ten oorlog, een bewerking van the War of the Roses van Shakespeare, de zogenaamde koningsdrama’s. Het is een ambitieus project dat gerealiseerd wordt door Blauwe Maandag Companie in een regie van Luk Perceval, met een hele resem bekende acteurs. Acht drama’s worden samengebald tot een cyclus bestaande uit drie “afleveringen” van telkens twee stukken die toneelbezoekers ofwel op drie opeenvolgende avonden ofwel tijdens een marathonvoorstelling van een hele dag kunnen gaan bekijken. Vierhonderd eeuwen na Shakespeare stelt Lanoye zich als uitdaging de geschiedenis van de Engelse koningen en de strijd tussen de geslachten Lancaster en York nieuw leven in te blazen en een hedendaagse relevantie te bezorgen. De historische materie wordt herkauwd tot een universeel verhaal over oorlog en macht, ontrouw en verraad. Uiteraard gaan de stukken nog steeds over een aantal Engelse koningen, maar die worden getoond met al hun menselijke behoeften en gebreken in een omgeving die hen vijandig gezind is. Een belangrijk thema van Ten oorlog is daarom de spanning tussen de koning als gezaghebber en de koning als mens. Lanoye en Perceval slagen er bijzonder goed in om deze boodschap over te brengen. De stukken zijn evenwel ongelijk van kwaliteit. We krijgen de indruk dat Lanoye, net zoals een marathonloper, in ademnood begint te raken op het einde van het parcours. Maar dat doet niets af van het feit dat het geheel een topprestatie is die nog lang zal nazinderen in het collectief geheugen.

Na Shakespeare waagt Lanoye zich aan de Griekse klassieken, met name Apollonius van Rhodos en Euripides, wiens “Medea” hij vertaalt en bewerkt als Mama Medea. In een opvoering door het Toneelhuis in 2001, geregisseerd door Gerardjan Rijnders, spreekt Medea (Els Dottermans) tot haar ontrouwe echtgenoot, de grote held Jason:

Er valt op aarde niets laags te bedenken
Of ik heb het gedaan, in naam van u.
Nooit heb ik iets gekend van waarde of
Ik heb het afgestaan, in naam van u.
En thans ruilt gij mij in? Voor jonger vlees?
Ik kon uw stap misschien nog snappen, had
Ik u geen zonen kunnen schenken. Nu?
Gij hebt uw woord en eed van trouw vermorzeld.
Gij hebt mijn lijf bevuild, mijn hart besmet,
Mijn lippen doen ontsteken met uw kus.

Lanoye maakt van Medea, de vrouw die Jason helpt het Gulden Vlies te veroveren en hem daarna volgt naar zijn land, een zeer geloofwaardig karakter. Ze laat haar vaderland, Kolchis, en alles wat haar lief is achter om hem te volgen naar Griekenland, waar zij een vreemde is. Door Vlamingen in de rol van Kolchiërs te casten en Nederlanders in de rol van Grieken, nodigt Lanoye ons uit om Mama Medea ruimer te interpreteren dan als huwelijksdrama. Natuurlijk is het dat ook, het motto ontleend aan Edward Albee’s Who’s Afraid of Virginia Woolf (“You know the rules, Martha, for Christ’s sake, you know the rules!”) liegt er niet om. Maar hier staat veel meer op het spel, het gaat om de relatie tussen autochtonen en allochtonen en de vraag die elk land voor zichzelf moet oplossen: hoe kun je verschillende culturen respectvol met elkaar laten samenleven? En hoe gaat de dominante bevolkingsgroep om met minoriteiten?

In Vlaanderen en Nederland, waar het jaarlijks toenemend aantal migranten en asielzoekers een gevaarlijke verrechtsing van de maatschappij teweeg brengt, is deze problematiek zeer actueel. Wat hier gebeurt is uiteraard erg verschillend van de Zuid-Afrikaanse situatie, waar men werkt aan de uitbouw van een nieuwe maatschappelijke orde op de puinhoop van het recente verleden. Maar ook Zuid-Afrikaanse toeschouwers hebben een boodschap aan Mama Medea, omdat de confrontatie van verschillende culturen eveneens daar aan de orde is. Tijdens het laatste Klein Karoo Nasionale Kunstefees in Oudtshoorn was één van de hoogtepunten precies de Afrikaanse versie van Mama Medea, in een vertaling van Antjie Krog.

En nu is er dus Veldslag voor een man alleen … met Tom Lanoye himself helemaal alleen op het podium, net als vroeger. Want au fond is hij een performer, hij schuwt het publiek niet maar daagt het uit. Dat doet hij door zijn eigen werk op te voeren zoals vanouds de verhalen uit Een slagerszoon met een brilletje en Spek en bonen. Er is niets veranderd en toch is er heel veel veranderd. De student is wat dikker geworden. Het speelse is er een beetje af, hoewel hij het bij momenten toch niet kan laten om dartele pasjes over de scène te maken. Het stuk is minder autobiografisch en meer politiek georiënteerd. En ook de omkadering is veel indrukwekkender. Geen kale scène, maar een sterk decor dat nog eens ondersteund wordt door de simultane videoprojectie van Toon Van Ishoven en de muziek van Paul Mennes. Veldslag voor een man alleen, een coproductie van Publiekstheater Gent en KVS Brussel in samenwerking met NV Lanoye, toert duidelijk niet van de ene parochiezaal naar de andere maar is gemaakt voor schouwburgen en andere professionele toneelzalen.

Toen hij veertig werd, richtte Tom Lanoye het eenmansbedrijf, de naamloze vennootschap L.A.N.O.Y.E., op en ging weer eens op toernee, nu met een overzicht uit de vele hoogtepunten van zijn carrière: The Very Best of the Artist Formerly Known as a Young Man. Is de schrijver-zakenman die zichzelf goed weet te verkopen dan niet langer de Angry Young Man van weleer? Toch wel, of toch minstens een angry man die blijft rebelleren tegen domheid, bekrompenheid, corruptie en alles wat in dit land en in de wereld misloopt. Net als Louis Paul Boon, die de oorspronkelijke uitgave van Mijn kleine oorlog, zijn dagboek over de kleine mens tijdens de tweede wereldoorlog, besluit met de oproep “Schop de mensen tot ze een geweten krijgen”, wil Lanoye de mensen wakker schudden. In een interview met Knack (23-10-02) zegt hij daarover het volgende:

De Monstertrilogie, Ten oorlog en mijn columnboeken passen allemaal in één groot project, dat iets wil zeggen over de tijd waarin we leven. Net als Louis Paul Boon probeer ik een seismograaf te zijn. Je kan kritiek hebben op die ambitie, of op de uitwerking ervan, maar dan kom je natuurlijk terecht in de oude discussie over l’art pour l’art en de ‘autonomie’ van het kunstwerk. Mijn houding is duidelijk: ik wil met mijn poten in de modder gaan staan en de tussenschotten tussen werkelijkheid en kunst opblazen.

In Veldslag voor een man alleen blijft Lanoye trouw aan deze houding tegenover literatuur. De voorstelling bestaat uit een montage van tekstfragmenten uit De Monstertrilogie en gedichten uit Niemandsland. Als een rasechte performer brengt Lanoye een warrelende show waarin hij het ene fragment naadloos aan het andere weet te breien. Een aantal constanten keert herhaaldelijk terug, zodat het niet moeilijk is voor de toeschouwer om uit de voorstelling een aantal thema’s te distilleren. Uiteraard is er als eerste thema de kritiek op dit land met zijn politiek gekonkel, hypocrisie, corruptie en ruimtelijke wanorde. Dat blijkt uit de teksten over de familie Deschryver die Lanoye voornamelijk uit het eerste deel van zijn trilogie haalt, maar vooral ook uit het verhaal van kolonel in ruste Yves Chevalier-de-Vilder, dat bij mondjesmaat verteld wordt en op die manier als bindtekst en rode draad in de voorstelling fungeert. Dit verhaal, hoofdstuk twee uit deel drie van de trilogie, draagt als titel “Veldslag voor een man alleen”. Het handelt over het gevecht van de kolonel tegen het ziekelijk corrupte land dat hij steeds eervol gediend heeft maar dat hem uiteindelijk meesleurt in een afgrond van leugens en verraad. Daarom wil de kolonel zelfmoord plegen, een gevecht aangaan met de dood … In zijn monologen reflecteert de kolonel ook over het thema oorlog, wat dan weer aansluit bij de gedichten uit Niemands Land. Jammer dat Lanoye niet meer van die gedichten brengt, in plaats van de vele fragmenten over Bruno, de homoseksuele telg van de familie Deschryver die zich alleen thuisvoelt in de homoclub waar lichamelijke extase een duurbetaalde tijdelijke vlucht uit de realiteit biedt. Liefde en seksualiteit zijn een derde thema, dat ook naar voren komt in de passage over de verwekking van Katriens enige kind. Net zoals in de teksten over Bruno, wordt hier een weinig flatterend beeld van de mens opgehangen. Geen valse romantiek voor Tom Lanoye.

Lanoye spreekt de toeschouwer direct aan, er zitten weinig dubbele bodems in zijn taal. Misschien soms te weinig, waardoor het minder spannend wordt. Soms laat hij erg weinig ruimte voor interpretatie, zoals in de scène wanneer hij declameert met op de achtergrond een projectie van de Amerikaanse vlag. Die link hadden we zelf ook wel kunnen leggen. Maar we moeten toegeven, het levert een fraai beeld op en ook daarvoor gaan we toch naar theater. Soms stel ik mezelf de vraag: wat zoeken we in het theater? Ik zie het een beetje zoals een belegger die zijn geld in aandelen steekt. Soms word je er rijker van, maar vaak ook niet, het blijft altijd een gok. Zo is het ook met toneel. Daarom ben ik blij dat ik Veldslag voor een man alleen gezien heb: ik ben er rijker van geworden. Investeren in de n.v. L.A.N.O.Y.E. is een goede zaak want deze bedrijfsleider is nog lang niet uitgeteld. Na Hugo Claus met Het verdriet van België en Walter van den Broeck met zijn vierluik Het beleg van Laken, heeft dit koninkrijk een nieuwe chroniqueur. Ik hoop dat Tom Lanoye nog lang onze hofnar mag zijn!


31 Oktober 2003

boontoe / to the top


NOT FOUND