SeminaarKamer - dinkruimteArgief
Tuis /
Home
Briewe /
Letters
Kennisgewings /
Notices
Skakels /
Links
Boeke /
Books
Opiniestukke /
Essays
Onderhoude /
Interviews
Rubrieke /
Columns
Fiksie /
Fiction
Po?sie /
Poetry
Taaldebat /
Language debate
Kos en Wyn /
Food and Wine
Film /
Film
Teater /
Theatre
Musiek /
Music
Resensies /
Reviews
Nuus /
News
Slypskole /
Workshops
Spesiale projekte /
Special projects
Opvoedkunde /
Education
Artikels /
Features
Visueel /
Visual
Expatliteratuur /
Expat literature
Reis /
Travel
Geestelike literatuur /
Religious literature
IsiXhosa
IsiZulu
Nederlands /
Dutch
Gayliteratuur /
Gay literature
Hygliteratuur /
Erotic literature
Sport
In Memoriam
Wie is ons? /
More on LitNet
LitNet is ’n onafhanklike joernaal op die Internet, en word as gesamentlike onderneming deur Ligitprops 3042 BK en Media24 bedryf.
This table is 9.2 mm thick, is replica watches online a relatively slim watches, with automatic movement, more importantly, it is fake rolex watches equipped with 1150 core, with 100 hours of fake rolex power storage, is a long dynamic table does not swiss replica watches see more regular table in paragraph.

“Lank lewe die poëet!”

De stand van zaken in de Afrikaanse poëzie aan het eind van de 20ste eeuw.

Alfred Schaffer
Oktober 1999, Kaapstad

De laatste grote bloemlezing van deze eeuw in het Nederlands taalgebied werd op 16 september in Leiden gepresenteerd. Verrassend genoeg betreft het hier niet een verzameling Nederlandse gedichten, maar Afrikaanse: De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten, geselecteerd door Gerrit Komrij. Dit is voorlopig de laatste ontwikkeling in een constant groeiende belangstelling in Nederland voor het Afrikaans en Zuid-Afrika in het algemeen en de Afrikaanstalige literatuur in het bijzonder. Het zinnetje zelf is al bijna een cliché geworden, dikwijls vermeld in diverse artikelen over het Afrikaans en Zuid-Afrika: “ Zuid-Afrika mág weer!”.

Eerst waren het slechts Breyten Breytenbach en Elisabeth Eybers die in Nederland door de beugel konden, evenals de in Zuid-Afrika dikwijls gecensureerde werken van schrijvers als André Brink of de Engels schrijvende J.M. Coetzee. Na de afschaffing van de apartheid blijkt dat al die jaren andere Afrikaanse dichters en schrijvers aan het werk zijn geweest die evengoed waardering en aandacht verdienen. Momenteel is men dus, en zeker in Nederland, bezig met een grote inhaalrace. Antjie Krog, een krachtige en zeer oorspronkelijke dichteres, is al sinds de jaren ’70 bezig. In de tachtiger jaren werd in Nederland al wel een bundel van haar uitgegeven, en ook was ze in die tijd al eens te gast op ‘ Poetry International’, maar het volle besef van haar werk komt nu pas op gang. En ook andere dichters als Wilma Stockenström (die begin jaren ’90 te gast was op ‘Poetry International’) en Daniel Hugo werken al langer dan vandaag aan een sterk en belangrijk oeuvre. De toenemende belangstelling werd onlangs weer eens getoond toen het literaire tijdschrift Dietsche Warande & Belfort een groot deel van haar nummer wijdde aan de Afrikaanse literatuur met onder andere verhalen van Riana Scheepers, de briljante (en helaas te vroeg overleden) schrijver Koos Prinsloo, gedichten van Daniel Hugo en Wilma Stockenström, en essay van Etienne van Heerden en prenten van de in Amsterdam wonende Zuid-Afrikaanse kunstenares Marlene Dumas. Er is weer volop aandacht voor deze interessante literatuur, die zoals Hugo Bousset het in het voorwoord van Dietsche Warande & Belfort zegt, een “ verwarrend, ‘onzuiver’ en multicultureel” beeld geeft.

In dezelfde maand waarin De Afrikaanse poëzie in 1000 en enige gedichten het licht ziet, wordt in Zuid-Afrika een artikel van de schrijver M.C. Botha in het Afrikaanse maandblad De Kat gepubliceerd. De veelzeggende titel van het stuk: “Waarom nog skryf?” De eerste alinea luidt: “Die dringendste vraag waarmee Afrikaanse skrywers vandag opnuut worstel, is seker: het dit nog enige nut om fiksie te skryf? Uitgewers sonder skrywers is ondenkbaar; as Afrikaanse uitgewers besig is om te kwyn - soos tans allerweë die geval blyk te wees - moet die skrywerskorps vanselfsprekend ook krimp.”

De ontwikkeling na ’60 en de intrede van het postmodernisme
Grote namen in de Afrikaanse poëzie vóór de jaren zestig zijn vooral de dichters N.P. Van Wyk Louw, Elisabeth Eybers en D.J. Opperman, waarbij moet worden gezegd dat Opperman na de jaren zestig ook nog belangrijk werk schreef en Eybers nog steeds poëzie schrijft. Vanaf de jaren zestig verandert het (Afrikaanse) literaire klimaat echter. Er sijpelen meer en meer kritische geluiden door en met de toenemende politieke onrust wordt ook de literatuur kritischer en scherper. Hét voorbeeld is natuurlijk Breytenbach die verzet en een kritische houding gepaard liet gaan met grote vormvernieuwingen en een nieuwe poëtische taal. Vanaf die tijd komt er een grotere, algemenere vernieuwing op gang die uiteindelijk niet meer te stuiten is. Het postmodernisme doet zijn intrede en er wordt gewrikt aan de heersende taboes, zoals bijvoorbeeld de homosexuele liefde. Vooral Joan Hambidge en Johann de Lange zijn, in de jaren tachtig, uitgesproken voorlopers in dit openbreken van de heersende sexuele moraal:

    Writing as fucking
    Om ’n lesbiese vers te skryf
    skuins voor middernag
    lei tot vele probleme
    (die ‘ wrede matesis’ dáárgelaat.)
    om ’n nie-aweregse beeld te vind
    vir ons sames(k)yn:
    die pen is magtiger as die swaard:
    deug helaas nie; té fallies, seksisties,
    klink na penisnyd.
    wanneer twee lippe saampraat:
    sê nie veel van ons sagtheid / neutraliteit.
    rubyfruit jungle:
    is valse vrug-
    telose erotiek.
    donker labirint:
    te wanhopig-literêr.
    bitterlemoene:
    fraaie cunnilingus op Afrikaans.

    Om ’n (liefdes)vers
    soos dié te skryf,
    bring kilte / logika / skuld
    oor dit wat gewoon is.

    - Joan Hambidge
    Interne verhuising (1995)

[korte uitleg van enkele woorden: skuins - even / matesis - wiskunde / sê - zegt / bitterlemoene — citroenen / gewoon - normaal]

Het postmodernisme is in de Afrikaanse literatuur geen spel om het spel. Het heeft een belangrijke functie in veel romans en gedichten. De literatuur wordt opengebroken, “eerlijker”. Schrijvers laten nu zien dat ze bezig zijn met het creëren van fictie, en dat ze voorbeelden gebruiken van andere schrijvers. De literatuur is niet meer heilig, er is niet meer één enkele overheersende stem of waarheid. Of, zoals Hugo Bousset in het voorwoord van Dietsche Warande & Belfor:

    “Tegelijk zullen vele Zuid-Afrikaanse schrijvers [...] vanuit een postkoloniale, zegmaar postmodernistische mentaliteit literatuur bedrijven. In de plaasroman wrikken ze aan de volkseigen, patriarchale waarden van de streng religieuze boers: de blanke maatschappij wordt beladen met schuld, de ‘eeuwige waarheid’ ontbonden. We maken de deconstructie mee van de mythes van de blanke Afrikaner, zijn verkrampte religie, zijn blanke superioriteit, zijn onbuigzame racisme, zijn grote gelijk. Een schrijver die de Ideologie van de Afrikaner — het scheppen van een blank, raszuiver stuk Afrika als meestervertelling, als boereparadys — ontmantelt, schrijft een soort grensliteratuur, tast de grenzen tussen werkelijkheid en fictie, tussen het ik en de ander, tussen objectieve waarheid en subjectief discours af.”

Postmodernisme als noodzaak dus, als een antwoord op oude tijden. Niet als modeverschijnsel. Met dat postmodernisme sluipen ook andere, “lagere” vormen van kunst de literatuur binnen, met populaire iconen als James Dean, Andy Warhol, Marilyn Monroe en Kurt Cobain. Het Afrikaans wordt bevraagtekend: van wie is die taal en waar gaat het met het Afrikaans naar toe? Hiervan getuigt bijvoorbeeld een gedicht van Marius Titus:

    Taalrit
    Kom na die baan en kyk hoe ry
    die tale in gelid verby.
    Vroem!!.... Vroem!!.... Vroem!!....
    V-r-r-r-o-o-o-o-e-e-e-e-m....
    Wat ry hier so traag verby?
    Dis Afrikaans wat nie sy ry kan kry.
    Daai taal het ’n helse towbar aan,
    en sleep ’n oorvol waentjie saam.
    Die revs is hoog,
    die spoed bly laag.
    Die clutchplaat skroei
    en die speedometer traag.

    Al daai klomp exclusive goed
    is die oorsaak van die lae spoed.

    Uit: Dwangherfs (1992)

[korte uitleg: Daai - Die / helse - enorme / towbar (Eng.) - trekhaak / revs (Eng.) - toerental / traag - is traag / Al daai klomp - Al die hoop]

Nieuwe woordvoerders van het Afrikaans
Vanaf de jaren veertig en vijftig beginnen kleurlingen zich ook voorzichtig te roeren en vanaf dan is het Afrikaans niet langer een exclusief literair gebruiksmiddel voor de blanke Afrikaner. De voorgangers zijn in die tijd S.V. Petersen, Adam Small, P.J. Philander en de iets minder bekende Lionel Sheldon. Op dit moment zijn het dichters als Marius Titus, Peter Snyders, Clinton V. Du Plessis en Loit Sôls. Een belangrijke kleurlingschrijver van de laatste tijd is A.H.M. Scholtz. Hij debuteerde pas op latere leeftijd met zijn roman Vatmaar, die ondertussen al in het Nederlands is vertaald. Marius Titus en Loit Sôls zijn performing poets, vertellers, de “Jules Deelders” van het Afrikaans, die hun gedichten vooral op podia voordragen, Loit Sôls ook met begeleiding van zang en gitaar. Zij vertellen hun wrange verhalen met een humoristische ondertoon.

Meer en meer wordt het Afrikaans doorspekt met Engelse woorden. Dat heeft niets te maken met luiheid, of het feit dat Engels zo interessant zou klinken. Het wemelt in Zuid-Afrika van de talen. Er zijn 11 officiële talen, waaronder het Afrikaans. Het Engels is de gemeenschappelijke taal, al spreekt ook niet iedereen Engels. In het alledaagse Afrikaans, en dat is vooral goed te zien onder de kleurlingen, worden Engelse woorden automatisch opgenomen. Zoals ook het Afrikaans ontstond door vermenging van allerlei talen. De Afrikaanse literatuur met haar Engelse woordjes (vaak fonetisch geschreven) is een weerspiegeling van de gesproken Afrikaanse taal. En in sommige gevallen is de vermenging met Engels te beschouwen als een statement tegen het vroegere “zuivere” Afrikaans, de taal van de onderdrukker.

Lang niet alle gedichten in het Afrikaans gaan natuurlijk over politieke strijd, racisme of sociale misstanden. Integendeel. Net als in elke andere poëzie zijn de onderwerpen legio, van de (Zuid-Afrikaanse) natuur tot de liefde. Dichters als Elisabeth Eybers, Daniel Hugo, Lina Spies, Wilma Stockenström en T.T. Cloete staan niet bekend om hun politieke stellingname. Maar áls in de Afrikaanse poëzie op het scherpst van de snede wordt geschreven, heeft ze een veel hardere en bittere ondertoon dan veel Nederlandse poëzie over “moeilijke” onderwerpen. Waar Nederland relatief gezien geen grote landelijke problemen heeft, daar heeft de Zuid-Afrikaanse maatschappij er (te) veel. Die maatschappij is voor velen zeer grimmig, met veel werkloosheid, geweld, armoede en criminaliteit. Zuid-Afrika heeft ook een van de hoogste aantallen verkrachtingen ter wereld. (Op dit moment wordt er in Zuid-Afrika elke 26 seconden een vrouw verkracht.) Een keihard en cynisch gedicht als dat van Peter Snyders, die in 1998 overigens nog meewerkte aan het internationale poëziefestival ‘Literair Paspoort’ in Den Haag en Wassenaar, zou in de context van de Nederlandse poëzie misschien controversieel kunnen worden genoemd, maar in de Zuid-Afrikaanse context is de cynische ondertoon herkenbaar en toepasselijk:

    Rape victim
    Jy lyk nie van die middelklas nie;
    en jy’s veels te jonk vir pensioen;
    is jy miskien ’n jongmeisie?

    Dis moeilik om jou storie te glo.

    Het jy dalk met hom geglimlag?
    Het jy jou hare los gedra?
    Het jy nie miskien daarvoor gesoek nie?

    Skud maar kop, ek dink dis “ja”.

    Jou gesig is dan nie opgekerf nie;
    jy vat die pil, het jy gesê? -
    Dan hoe kan so iets met jou gebeur?

    Nou goed. ek verander dit na “nee”.

    Dan, as jy so nalatig is,
    dan skree jy mos: “Verkrag! Verkrag!”
    Jy soek maar net ’n verduideliking
    vir dat wat jy weet skop in jou maag.

    Uit: ’n Ordinary mens (1982)

[korte uitleg: dalk - misschien / opgekerf - gekerfd, stukgesneden / vat - gebruikt / mos - immers/toch]

Of, zoals Antjie Krog in een van haar gedichten schrijft: “ek skryf omdat ek woedend is”. Zelfs in het volgende gedicht van Louis Esterhuizen, dat zo stil en rustig begint, is er die verharding van de blik.

     Stille oseaan
    Jy staan voor die venster, jou bolyf kaal.
    Traag skuif die son deur die laatnamiddag.
    Wolke jaag verby, laag en somber.
    Branders stoot die stilte soos ’n dooie meeu
    oor die sand.

    En later bly net die maan.
    En agter jou op die tafel, die rewolwer.

    Geduldiger as die skulp wat om jou sluit.

    Uit: Stilstuipe (1986)

[korte uitleg: net - alleen / skulp - schelp]

En ook een a-politieke dichter als Gert Vlok Nel, die vrij recent debuteerde, maar terecht al behoorlijk wat aandacht krijgt in Nederland, heeft die grimmigheid in zijn poëzie, die een groot deel van de huidige Afrikaanstalige poëzie kenmerkt. Bijvoorbeeld het volgende gedicht uit zijn debuutbundel Om te lewe is onnatuurlik uit 1993:

    landskap
    o Here wolkies die maan
    ons huis kerk paul sauerstraat die pad na die dam
    skool poskantoor pad
    mm daai huis pad
    pad
    spoorwegwerf motorhek
    pad
    pad
    dam: die dun lyk
    van Kosie April

De moeizame weg naar de lezer; het literaire bedrijf en de positie van het Afrikaans
Het Afrikaans is na de afschaffing van de apartheid slechts nog een van de vele talen en niet meer de belangrijkste. Of zoals M.C. Botha het zegt in  De Kat:

    “ [...] die Afrikaanse taal het geen nuuswaarde meer nie. Altans, die nuuswaarde is totaal negatief - dit gaan hoofsakelik oor die miskenning van die taal.”

Afrikaans is niet meer vanzelfsprekend een belangrijke taal en is dus ook niet meer vanzelfsprekend een belangrijke literatuur. Al is de groep Afrikaanssprekenden nog steeds de grootste in Zuid-Afrika (en dan vooral door het grote aantal Afrikaans sprekende kleurlingen), het verschil met vroeger is merkbaar. Afrikaans staat in Zuid-Afrika niet meer boven aan de lijst. Ik verwijs hier ook naar het interview met schrijver en dichter Marlise Joubert in het eerste nummer van het internettijdschrift ‘ De Gekooide Roos’ (http://dgr.nl.eu.org):

    “Het grootste deel van de poëzielezers is blank. Voor niet-blanke poëzie is vrijwel geen markt. Die dichters kunnen hun werk daarom alleen via de informele uitgeverijen verspreiden. Verder woont het grootste deel van de niet-blanken die Afrikaans spreken in de Kaapprovincie. Die onevenredige verdeling heeft uiterst belemmerend gewerkt op het functioneren van organisaties als het Afrikaanse Skrywersgilde, die voor de belangen van alle dichters opkwamen. Het gevolg is dat de Kaapse dichters zich met hun informele uitgaven uitsluitend op de Kaap zijn gaan richten. Maar nu is de situatie zo, dat vrijwel alle Afrikaanse dichters zich in een benarde positie bevinden. Uitgevers staan niet te popelen om een dichtbundel uit te geven, vanwege de risiso’s. Dichters uit alle cultuurgroepen zijn nu gedwongen tot alternatieve vormen van publiceren.”

Sommige uitgeverijen willen niet meer dan twee bundels per jaar uitgeven, zegt Joubert ook nog verderop. Een grote uitgeverij als Tafelberg geeft meestal zo ’n twee à drie bundels per jaar uit. En dat zijn dan, zoals Nélleke de Jager van Tafelberg zegt “werklik besondere bundels. Met andere woorde, die gemiddelde bundel word nie mee uitgegee nie, al is dit so-so. Ons sal tussen 500 en ’n 1000 (soms 1500) druk - en dan verkoop dit selde voor ’n jaar uit. Ja, dit is ’n hartseer werklik. Maar die feit bly staan, daar is steeds redakteurs (soos Charles Fryer en Danie Botha) wat werklik moeite doen met digters. Nou nog.”

Natuurlijk is het voor de gróte namen geen enkel probleem om bundels uit te blijven geven. Antjie Krog, Wilma Stockenström, Breyten Breytenbach, Daniel Hugo, Johann De Lange, Joan Hambidge, Gert Vlok Nel en een populaire dichter als Sôls, om maar een aantal namen te noemen. Maar voor andere namen is dat heel wat moeilijker.

Tot voor kort was het voor kleurlingen bijna onmogelijk om poëzie uit te geven, behalve in eigen beheer. Zo ontstaat er de gekke situatie dat een kleurlingdichter als Floris A. Brown in de verzamelbundel van Gerrit Komrij met drie gedichten vertegenwoordigd is, terwijl hij zijn werk in Zuid-Afrika nauwelijks aan de man kan brengen. Een aantal Afrikaanse schrijvers hebben het moeilijk, dus aannemelijk is dat Afrikaanse dichters het nóg moeilijker hebben. Ook in Nederland heeft poëzie een aanmerkelijk kleinere afzetmarkt dan proza. Elk jaar zijn er wel enkele Afrikaanse romandebuten te bespeuren. Ook worden er nog altijd grote prijzen uitgeloofd voor schrijfwedstrijden en zijn er enorm veel inzendingen op dergelijke competities. Wat dat betreft heeft de Afrikaanse roman veel meer aanzien dan de Afrikaanse dichtbundel. Nieuwe Afrikaanse dichters van groot gehalte zijn over de laatste jaren dan ook met één hand te tellen. De al genoemde Gert Vlok Nel en de dichter Charl-Pierre Naudé zijn eigenlijk de enige twee die noemenswaardig zijn.

Veel werk wordt overigens uitgegeven in eigen beheer. Een apart geval is Clinton V. du Plessis, die ook veel werk in eigen beheer uitgeeft. Voor hem is de kleinschaligheid en de relatieve anonimiteit juist een vorm van onbegrensde vrijheid:

    “Die feit [...] tipeer sy posisie binne die dampkring van die Afrikaanse poësie. Hy bevind hom inderdaad op die periferie daarvan [.]. Maar juis hierdie posisie bied hom ’n ekstatiese gevoel van vryheid: hy kan ongesteurd sy eie gang gaan. [...] (‘Clinton V. du Plessis: evangelis van die nihilisme.’ In: Tydskrif vir Nederlands en Afrikaans, 4de jaargang, nr. 2, 1997)

Ook is er in het Afrikaanse literaire bedrijf nauwelijks of geen tijdschriftencultuur. Van de hoeveelheid Nederlandstalige (en gesubsidieerde) literaire tijdschriften — van De Gids en De Revisor tot en met Bunker Hill, Vrijstaat Austerlitz of de Brakke Hond - kan men hier enkel drómen. De tijdschriften die wél worden uitgebracht, bestaan slechts op zeer kleine schaal en worden ook weer in eigen beheer uitgegeven, zoals bijvoorbeeld het blaadje Vlugskrif.

Maar gelukkig is er nog hoop. Verzamelbundels worden er bijvoorbeeld genoeg uitgebracht. Zo verscheen er niet lang geleden een prachtige verzamelbundel erotische poëzie, Die dye trek die dye aan, samengesteld door Johann de Lange en Antjie Krog, en in ’97 verscheen Nuwe Stemme 1, een verzameling met elf veelbelovende dichters, die nog geen eigen bundel hebben uitgegeven. Typerend is wel dat ondertussen menigeen van hen op proza is overgaan en dat er nog geen deel 2 is uitgebracht, al hoopt men bij Tafelberg dat volgend jaar het tweede deel uitkomt. De belangrijkste verzamelbundel van de laatste tijd is echter Poskaarte. Beelde van die Afrikaanse poësie sedert 1960, samengesteld door Ronel Foster en Louise Viljoen. Alle belangrijke dichters vanaf de jaren ’60 staan er in, maar wat vooral van belang is, is dat het poëzie ontsluit die voorheen veel moeilijker toegankelijk was. Eindelijk is er een boeiend en historisch document op de markt die de moderne Afrikaanse poëzie in al haar facetten belicht. Het is een bundel vol prachtige Afrikaanse poëzie die zeker niet onderdoet voor een bundel als  die van Gerrit Komrij. In Poskaarte is goed te zien welke ontwikkelingen de Afrikaanse poëzie de laatste dertig jaar heeft doorgemaakt.

De toekomst?
De belangrijkste ontwikkeling in de Afrikaanse letterkunde, en dan vooral de poëzie, van vandaag de dag is waarschijnlijk het internet. Omdat het via de normale, conventionele weg niet of nauwelijks gaat, wenden veel Afrikaanse (aspirant-) schrijvers zich tot het net. Ook in Nederlandstalige internettijdschriften als ‘Meander’ en ‘De Gekooide Roos’ is de aandacht voor het Afrikaans groot. Maar het grootste succes komt uit de Afrikaanse hoek zelf. LitNet (http://www.litnet.co.za) is een zeer groots opgezette en veelzijdige site, met als redacteur schrijver Etienne van Heerden. Sponsors zijn hard nodig om de boel draaiende te houden. Maar gelukkig gaat het uitstekend. Er zijn diverse rubrieken en bijna alle bekende namen in de (Zuid-)Afrikaanse kunst en letterkunde doen er aan mee, van André Brink en Hennie Aucamp tot en met Breyten Breytenbach en een dichter als Johann Lodewyk Marais. De site wordt hoogstwaarschijnlijk uitgebreid met een Engelse versie en heeft al een Xhosa site, zodat het een meer multiculturele functie krijgt. LitNet vult de lege plek op van het literaire papieren tijdschrift op grote schaal. Daarnaast zijn er kleinere, en even belangrijke onafhankelijke initiatieven op het net, zoals bijvoorbeeld het al eerder genoemde Vlugskrif en Die Penseel (http://www.sun.ac.za/afrndl/ask/index.html).

Uit al die verschillende publikaties, zowel de internetsites als de kleinere, in eigen beheer uitgegeven blaadjes, blijkt dat er nog genoeg jonge enthousiaste Afrikaanse dichters zijn die hun poëzie willen laten lezen. Misschien wordt er zelfs wel meer poëzie geschreven/gepubliceerd dan ooit, door de nieuwe alternatieve mogelijkheden.

Dit is voorlopig de toekomst, tot de economie weer aansterkt en uitgeverijen het weer aandurven meer jong (Afrikaans) talent via de conventionele manier op de markt te brengen. Hopelijk betreft het hier dus slechts een tussenfase. Al is het internet geen tussenoplossing maar een geheel nieuwe en boeiende wijze van publiceren, die dikwijls meer interactie biedt dan een gewone dichtbundel.

De Afrikaanse dichter zoekt naar nieuwe wegen om zijn soms cynische, soms grimmige, soms ontroerende maar altijd belangwekkende stem te laten horen. Misschien is het volgende gedicht van Richard Geldenhuys (overigens ook een kleurlingdichter), dus minder bitter dan op het eerste gezicht lijkt. Lang leve de Afrikaanse dichter!

    Teleks nr. 23
    die poëet is vrek

    voor ’n kafee in Belfast
    in ’n straat in Beiroet
    in sy slaap in Soweto

    sommer net
    vrek

    die strop van woorde
    droldik om sy nek

    (shame)

    ek herhaal:
    die poëet is vrek:
    lank lewe die poëet

    Uit: Tussenvuur (1989)

[korte uitleg: vrek - dood / sommer net - zomaar gewoon]

Met dank aan Daniel Hugo (naast dichter ook vertaler en groot kenner van de Afrikaanse poëzie), Nèlleke de Jager (Uitgeverij Tafelberg) en Francois Smith (kunstredacteur van Die Burger) voor hun welkome aanvullingen en opmerkingen.

(Alle geciteerde gedichten, behalve “landskap” van Gert Vlok Nel, zijn afkomstig uit: Poskaarte. Beelde van die Afrikaanse poësie sedert 1960. Saamgestel deur Ronel Foster en Louise Viljoen. Eerste druk, 1997. Tafelberg en Human & Rousseau.)

E-mail: schalf003@mail.uct.ac.za
Of: alfredschaffer@hotmail.com

boontoe


© Kopiereg in die ontwerp en inhoud van hierdie webruimte behoort aan LitNet, uitgesluit die kopiereg in bydraes wat berus by die outeurs wat sodanige bydraes verskaf. LitNet streef na die plasing van oorspronklike materiaal en na die oop en onbeperkte uitruil van idees en menings. Die menings van bydraers tot hierdie werftuiste is dus hul eie en weerspieŽl nie noodwendig die mening van die redaksie en bestuur van LitNet nie. LitNet kan ongelukkig ook nie waarborg dat hierdie diens ononderbroke of foutloos sal wees nie en gebruikers wat steun op inligting wat hier verskaf word, doen dit op hul eie risiko. Media24, M-Web, Ligitprops 3042 BK en die bestuur en redaksie van LitNet aanvaar derhalwe geen aanspreeklikheid vir enige regstreekse of onregstreekse verlies of skade wat uit sodanige bydraes of die verskaffing van hierdie diens spruit nie. LitNet is ín onafhanklike joernaal op die Internet, en word as gesamentlike onderneming deur Ligitprops 3042 BK en Media24 bedryf.