NeerlandiNet - Neerlandistiek in Suid-AfrikaArgief
Tuis /
Home
Briewe /
Letters
Kennisgewings /
Notices
Skakels /
Links
Boeke /
Books
Opiniestukke /
Essays
Onderhoude /
Interviews
Rubrieke /
Columns
Fiksie /
Fiction
PoŽsie /
Poetry
Taaldebat /
Language debate
Film /
Film
Teater /
Theatre
Musiek /
Music
Resensies /
Reviews
Nuus /
News
Slypskole /
Workshops
Spesiale projekte /
Special projects
Opvoedkunde /
Education
Kos en Wyn /
Food and Wine
Artikels /
Features
Visueel /
Visual
Expatliteratuur /
Expat literature
Reis /
Travel
Geestelike literatuur /
Religious literature
IsiXhosa
IsiZulu
Nederlands /
Dutch
Gayliteratuur /
Gay literature
Hygliteratuur /
Erotic literature
Sport
In Memoriam
Wie is ons? /
More on LitNet
Adverteer op LitNet /
Advertise on LitNet
LitNet is ’n onafhanklike joernaal op die Internet, en word as gesamentlike onderneming deur Ligitprops 3042 BK en Media24 bedryf.

Die Nederlandse Taalunie

Grootse doodsheid

Hendrik-Jan de Wit

Ingrid Hoogervorst: Woede. Roman. Amsterdam: De Bezige Bij, 2003. ISBN: 90 234 1069 6. Prijs: Ä 19,50. 225 pagina’s.

Er is bij ons iets misgegaan in het zenuwstelsel. Wij zijn gedisponeerd tot woede en haat. Rancune ook. Door de aanwezigheid van bepaalde karaktereigenschappen of de afwezigheid van andere is er altijd herrie. Bij rashonden krijg je valse exemplaren, die grommen en bijten. Wij lopen rusteloos heen en weer of stampvoeten en zwaaien wild met onze armen. Wrijven onze vingers tegen elkaar, maken schokkerige bewegingen met onze schouders, slingeren dingen tegen de muren. (9)

Met deze woorden opent de vertelster Pinkie haar verhaal in de debuutroman van literatuurcritica Hoogervorst. Pinkie is een bibliothecaresse op leeftijd die haar verleden ophaalt om de waarheid te achterhalen. Ze verhaalt over een gezin dat niet alleen uitermate vreemd is maar ook zijn geheim kent. Uiteindelijk is dit geheim nog het minst interessante element van de roman. Het onthutst je: is dit alles? Voor de hoofdpersoon Pinkie is het in elk geval genoeg materiaal voor een lang en eentonig verhaal. Het ene banale na het andere element stapelt zich op om uit te monden in een fluisterend: ‘Het is volbracht.’ (225)

Een korte samenvatting van het verhaal is onmogelijk; de thematiek is zo groots dat je als lezer de draad kwijtraakt. Een aantal trefwoorden: Joodse vader, Indische moeder, bastaardkind (haar broer), armoede. Dit alles is samengevoegd in het decor Amsterdam-West van de jaren 1950. De vertelster beklaagt herhaaldelijk de omgeving: ‘In die rotbuurt en in dat rothuis,’ (13, 216, 224). De woede en rancune verwoordt ze in korte hoofdstukjes waarmee ze iedere herinnering afsluit. In deze fragmenten vervalt Hoogervorst in algemene vaagheden:

‘Iets in haar protesteert. Iets schreeuwt het uit.’ (108) Of: ‘Ze voelde zich ooit kwetsbaar als glas. Niet breekbaar, een glas dat versplintert in de hand, maar doorzichtig, een glazen plaat waar iedereen doorheen kon kijken. Die tijd is nu voorbij.’ (153)

Of:

‘Wij rijden in ovale spiegels rond, herkennen aan onszelf de achtergrond en weten dat dit eenmaal ook bestond.’ (215)

Wat Hoogervorst met Woede vooral laat zien is dat literatuur zich niet laat verpakken in thema’s als afkomst, geboorte, ziekte en dood. Een werk moet leven krijgen, moet leven in zich geblazen krijgen. De vertelster meent dat ze dit doet in haar reconstructie van het verleden, als ze schrijft: ‘Woorden en wapens, doden kunnen ze allebei. Maar haar woorden geven het leven terug. Ze laten de afwezigen uit de dood opstaan. [Ö] Zo schrijft de ouderdom zich de jeugdherinneringen binnen.’ (214-215) In tegenstelling tot deze woorden is de ervaring van de lezer: het verhaal blijft dood in de grootsheid en alles valt uiteen in interessante fragmenten. Hoogervorst probeert alles uit de kast te halen, maar blijft hangen in een oppervlakkige beschouwing.

Dit is erg jammer want het boek heeft veel in zich. Het gevaar van een grootse thematiek is dat de verteller wegzakt in het moeras van de grootsheid. Als Hoogervorst zich beperkt had tot een paar kernelementen, was Woede meer geworden wat het had moeten zijn: de oudere bibliothecaresse die vertelt over haar vroegere belevenissen in het Amsterdam-West van de jaren 1950. Niets meer en niets minder. Nu is Woede vooral geworden tot het eerste wat Conny Palmen op de achterflap zegt: ‘Woede is een rauw rotboek en het is fenomenaal.’ Het laatste blijft verborgen in een paar mooie momenten. Je moet niet schrijven in termen van een ‘rotbuurt’ en een ‘rothuis’, maar laat de lezer het zien en het voelen. Woede mist deze rauwe emotie, waardoor het het zoveelste levenloze werk is geworden van de hedendaagse literatuur.

Almelo, 2 maart 2003

terug    /     boontoe


NOT FOUND